Laat je meevoeren door een rijke historie

De identiteit van Amstelgoed ligt verankerd in allerlei verhalen rond de Amstel. Het gebied heeft een bijzondere en lange geschiedenis. Een geschiedenis die het gebied gemaakt heeft tot het gebied dat het nu is, maar er ook voor zorgde dat Amsterdam kon uitgroeien tot een wereldstad.
Het verhaal van de Amstel begon honderdduizenden jaren geleden en duurt tot één seconde geleden. Deze verhalen zorgen er voor dat mensen zich verbonden voelen en identificeren met de plek. Het verhaal bestaat uit talloze gebeurtenissen uit de geschiedenis, uit mensen die er een stempel op hebben gedrukt, uit gebouwen en bouwwerken, uit landschap, verhalen, tradities en folklore.

‘Aeme Stelle’- Plek aan het water

In de tiende eeuw hoorde het gebied van Amstelland bij Utrecht. De bisschop van Utrecht was hier de baas en vestigde een kerk. De kerk kwam op de oever te staan waar de rivier de Amstel en de rivier de Bullewijk samen komen. Hoog op de oever had de kerk geen last van hoog water en overstromingen. Bij stormvloed kwam het water vanuit het IJ naar de Amstel en overstroomde Ouderkerk.
Rondom de kerk groeide het aantal inwoners. Het gebied van Amstelland strekte zich uit naar de huidige plaatsen Amsterdam, Amstelveen, Ouder-Amstel, Diemen en Waverveen. Het kreeg de naam Amestelle, wat ‘Plek aan het Water’ betekent, dit is te vinden in een oorkonde uit 1105. Door de bisschop van Utrecht werd de eerste schout (burgermeester) van Aeme-stelle benoemd, Wolfger van Aemstel.

De Heren van Aemstel

Wolfger van Aemstel was de eerste uit de van Aemstel familie die het gebied regeerde. Zijn zoon Egbert van Aemstel bouwde een kasteel. Het Kasteel van de Heeren van Amstel was een imposant versterkt herenhuis met een toren dat op een kunstmatig heuveltje stond. Het kasteel moet gestaan hebben op het oudste gedeelte van de tegenwoordige Portugees- Israëlitische begraafplaats Beth Haïm.

Pioniers onder leiding van de Heren van Amstel ontwaterden het veen door slootjes te graven. Deze slootjes voerden het water af naar de veenriviertjes. In polder de Rondehoep bijvoorbeeld zijn deze slotenpatronen bewaard gebleven, een belangrijke reden om de Rondehoep aan te dragen voor de UNESCO wereld erfgoedlijst. Een gevolg van de ontwatering was het zakken van de bodem door inklinken van het veen. Hierdoor kwamen steeds meer overstromingen voor. De riviertjes werden breder en sommigen werden meren zoals Bijlmermeer en Watergraafsmeer.

De zoon van Egbert, Gijsbrecht van Aemstel II, was de eerste uit de familie die tot ridder geslagen werd. Hij had het gezag over Amstelland, Diemen en de Vechtstreek. Vanuit het Kasteel van de Heren van Aemstel werd begonnen met het ontginnen van het Amstelland, waaruit uiteindelijk ook Amsterdam is ontstaan. Simpel gezegd: Zonder Ouderkerk had Amsterdam nooit kunnen uitgroeien tot de wereldstad die het geworden is.

Het Amstelland maakte onderdeel uit van Graafschap Holland. In de loop van enkele eeuwen kreeg Gijsbrecht van Aemstel II het moerassige gebied langzaam onder controle en de omstandigheden voor een dorp werden steeds beter. Ouderkerk aan de Amstel is ruim 200 jaar ouder dan Amsterdam.

Het Graafschap Holland werd bestuurd door Dirk VII, de graaf van Holland. In 1203 overleed hij en er ontstond ruzie over wie zijn opvolger werd. Werd het zijn dochter Ada of de broer van Dirk VII? Vrouwen maakten geen aanspraak op deze positie, dit was alleen mogelijk voor een man. Snel trouwde Ada met Lodewijk van Loon, zodat hij graaf van Holland kon worden. Gijsbrecht van Aemstel II steunde Lodewijk en Ada, maar voor de inwoners van Kennemerland, de Kennemers, was dit onbespreekbaar. Uit wraak voeren zij rovend en plunderend de Amstel over en staken het kasteel van de Heren van Aemstel in brand. In 1204 brandde het kasteel volledig af. Het gebied was van 1105 tot 1317 in handen van de familie Van Aemstel. Na 1317 was dit over, het kwam definitief in bezit van de graven van Holland.

St. Andreaskruizen

Ouder-Amstel, Nieuwer-Amstel en Amsterdam gebruiken alle drie een vlag met St. Andreaskruizen. De verhalen over deze kruizen op de vlag verschillen. Door sommige wordt gezegd dat de kruizen te maken hebben met de leeftijd van de plaatsen. Anderen beweren het aantal kruizen gelijk is aan het aantal rivieroversteken die de plaats destijds had. Daarnaast wordt de zwarte baan in de Amsterdamse vlag vaak gezien als de Amstel, de twee zwarte banen in de Ouder- Amstel vlag zouden dus de Amstel en Bullewijk kunnen betekenen. Geloof wat je wilt, feit blijft in ieder geval dat Ouder- Amstel maar liefst vijf kruizen heeft, Amstelveen vier en Amsterdam ‘maar’ drie.

De strijd tegen het water

In de tweede helft van de vijftiende eeuw steeg de zeespiegel. Tegelijkertijd daalde de bodem door de veenontginning. In de Rijn en de Hollandse IJssel werden dammen gelegd. Al het water uit de Utrechtse polders moest naar het noorden afgevoerd worden. Hiervoor werd een kanaal gegraven en de boeren uit de polders mochten tegen betaling hun water lozen.
De Stichtse boeren ten zuiden van het Amstelland weigerden te betalen en maakten hun eigen plan. Zij voerden hun water af naar de Amstel. De dam die het Amstelland moest beschermen werd gesloopt door de boeren. Tot drie keer toe kwam een nieuwe dam, maar telkens werden de dammen doorgestoken door de Stichtse boeren. Het waterpeil in de Amstel steeg zorgwekkend en regelmatig vonden overstromingen plaats.

Jan Benningh

Jan Benningh vond dat het niet langer kon. Hij probeerde de boeren in het Sticht mee te krijgen. Hij dreigde een dam te slaan in het riviertje de Holendrecht. De boeren waren niet onder de indruk. Daarop besloot Jan Benningh in 1524 om drie dammen te bouwen. In het Gein, De Bullewijk en de Oude Waver. De Stichtse boeren dreigden opnieuw met acties.

Jan Benningh kende verschillende mensen aan het hof van keizer Karel V. Hij riep hun hulp in om tot een oplossing te komen. Op 27 september 1525 viel er een beslissing. Er kwam een Hoogheemraadschap van Amstelland. Zij moesten er voor zorgen dat er geen onrechtmatig water meer werd ingevoerd. De dammen in het Gein en de Oude Waver moesten weggehaald worden. De dam bij Bullewijk kon blijven van Karel V. Dit was voor de Amstellanders heel gunstig. De dam lag in het hart van Ouderkerk aan de drukke route van Amsterdam naar Utrecht. Pas in 1649 kwam er een vrije doorvaart voor de schepen in de Bullewijk.

Daarop inspelend werd in 1702 de herberg Paardenburg gebouwd. Even verderop stond ook De Rustende Jager, later omgedoopt tot Jagershuis, waar viervoeters, bemanning en passagiers op krachten konden komen.

Het Amstelland, brandstof voor de Gouden Eeuw

Aan de andere kant van het gebied groeide Amsterdam ondertussen de pan uit. Door de economische groei in de Gouden Eeuw nam de vraag naar brandstof ontzettend toe. Amstelland is een gebied met veengrond. Dit zijn plantenresten die onder water bewaard zijn gebleven. Elke keer kwam er een nieuwe laag plantenresten bij en zo groeide de veenbodem aan de oppervlakte. In Amstelland was het een laag van wel 2 ½ meter dik. Het veen werd op grote schaal afgegraven. Het gedroogde veen – turf - was een uitstekende brandstof.

De veenlaag aan de oppervlakte was niet voldoende om aan de grote vraag te voldoen. Er was meer behoefte aan veen. Het veen werd nu dieper gegraven. Dit gebeurde onder water met een speciale schep, de baggerbeugel. Zo kon je veen van onder het water halen van de bodem. Het was een zwaar karwei maar het veen was nu nog niet geschikt om te verbranden. Eerst moest het op het land drogen en daarna werd het in stukken gesneden.

De manden met turf werden ingeladen in schepen. Op een plankje schreef men met krijt hoeveel manden aan boord waren. Dit heette turven. In het begin van de zeventiende eeuw kwamen in de zomer wel tachtig turfschepen per dag aan in Amsterdam. Maar het veen ging niet alleen naar de hoofdstad, het veen werd zelfs in Vlaanderen verkocht.

De vraag naar turn was immens. De veenwerkers moesten zich bij de turfwinning wel aan twee regels houden. Er mocht geen turf gewonnen worden vlakbij een rivier. Dit was om de dijken te beschermen. Ook mocht er vijf kilometer rondom Amsterdam geen turf gestoken worden. Bij het steken van turf ontstonden er plassen. Als die plassen te dicht bij Amsterdam waren kon dat bij storm voor wateroverlast zorgen. De meeste plassen zijn later drooggemalen. Grote plassen die nu nog bestaan zijn de Westeinderplas bij Aalsmeer en de Amstelveense Poel.

Elieser

Elieser was een man van Afrikaanse oorsprong en kwam in 1610 als slaaf naar Nederland. Hij overleed in 1629. Zijn graf bevindt zich op begraafplaats Beth Haim, waar 'S(epultura) do bom servo Elieser' op staat. Dit betekent, het graf van de goede slaaf/ bediende Elieser. Het graf werd in 2002 per toeval ontdekt. Volgens de joodse religieuze regels liggen op een joodse begraafplaats alleen mensen die Joods zijn van geboorte.

Elieser is daarmee voor zover bekend de enige slaaf van Afrikaanse origine die op een Joods kerkhof begraven ligt. op het Kampje staat een prachtig standbeeld van Elieser gemaakt door Erwin de Vries. De bijzondere slaaf Elieser wordt jaarlijks herdacht door zowel de Surinaamse als de Joodse gemeenschap. Stichting Opo Kondreman organiseert dan - in het kader van de herdenking van de afschaffing van de slavernij in Suriname en op de Antillen 150 jaar geleden - een boottocht vanaf Amsterdam.

Rembrandt van Rijn

Er zijn tal van schilders, dichters en schrijvers van wereldfaam die rond de Amstel hebben geschilderd of geschreven. Onder hen de beroemdste schilder van de Gouden Eeuw. Aan de Amsteloever ter hoogte van de Kalfjeslaan staat een standbeeld van Rembrandt, de kunstenaar wandelde graag langs de rivier. Hij vereeuwigde het Amstelgebied in allerlei tekeningen en etsen.
Tegen 1640 ontwikkelde Rembrandt de gewoonte om met een schetsboekje op zak door Amsterdam en omstreken te wandelen. Die wandelingen zou hij jarenlang blijven maken. Hij was op zoek naar interessante beelden en ruimtelijke composities in de natuur, die hij in eerste instantie gebruikte hij als onderdelen van gefantaseerde landschappen. Een voorbeeld is het schilderij 'Landschap met een stenen brug' uit 1638-1640. Daarop is bijvoorbeeld de kerktoren van Ouderkerk te herkennen. Al snel daarna begon hij het Hollandse landschap zelf als onderwerp te nemen in zijn etsen en tekeningen.

Toen Rembrandt met de wandelingen begon, was hij halverwege de dertig. Hij werd in die periode beschouwd als avant-gardistisch idool. In 1634 was hij met Saskia Uylenburgh getrouwd, een rijke burgemeestersdochter. Samen woonden ze aan de Breestraat, nu museum Het Rembrandthuis aan de Jodenbreestraat. De gevierde schilder kreeg de mooiste opdrachten van rijke regenten. In 1642 voltooide de molenaarszoon uit Leiden de Nachtwacht.

Maar vanaf 1642 sloeg het ongeluk toe. Saskia overleed, met achterlating van een babyzoontje. Rembrandt zou moeilijke jaren tegemoet gaan, ook zakelijk. Ging hij in die jaren misschien ook zo regelmatig op pad om zijn zorgen even te vergeten? Hij trok de stad door, maar verkende ook het platteland eromheen, vooral het Amstelland was voor hem een bijzondere plek.

Vanaf zijn woning in het zuidoostelijke deel van de stad was het Amstelland goed bereikbaar. Rembrandt trok ook regelmatig langs de Amstel. Te oordelen naar de hoeveelheid tekeningen en etsen die hij van de rivier heeft gemaakt, wandelde hij daar het liefste als hij de stad uitging. Op verschillende plekken heeft hij schetsen gemaakt van de rivier. Ongeveer op de plek waar nu zijn standbeeld staat, maakte hij meerdere tekeningen. Een beroemde tekening toont de bocht in de rivier, waarlangs twee ruiters richting Ouderkerk gaan.

Rembrandt passeerde de obelisk die als banpaal de zeventiende-eeuwse grens van Amsterdam aangaf. Hij kwam tot Ouderkerk en liep het helemaal door. Vanuit het zuiden tekende hij het dorp. Op de voorgrond is een roeiboot op het water te zien, in het midden een boerderij en op de achtergrond de toren van Ouderkerk. Het tafereel is nog altijd te herkennen.

Vanuit Ouderkerk is tegenwoordig heel in de verte de Rembrandttoren te zien, met het knipperende licht bovenop. De wolkenkrabber staat op de Omval. Deze landtong in de Amstel hoorde bij de gemeente Ouder-Amstel en is in 1921 bij het Amsterdams grondgebied gevoegd. Rembrandt heeft de Omval in 1645 in een bekende ets afgebeeld. Op de voorgrond is een vrijend paartje onder een oude wilgenboom te zien.

Toen de Omval in de twintigste eeuw in een bedrijventerrein veranderde, is de hoogste wolkenkrabber naar Rembrandt vernoemd. Naast de Rembrandttoren staan nog de Breitnertoren en de Mondriaantoren. Ook deze kunstenaars hebben de Amstel in hun werken vereeuwigd.

Buitenhuizen

In de zomermaanden was Amsterdam geen prettige plek om te wonen. Het was er warm en de grachten stonken ontzettend. Rijke mensen vertrokken voor de zomer naar buiten. Ze kochten een boerderij in de buurt en lieten daar een mooie kamer inrichten, de heerschapkamer. Maar later in de Gouden Eeuw wilden de rijke kooplieden meer. Ze lieten hun eigen buitenhuis bouwen. Eerst in de stijl van een boerenhoeve maar later werden de huizen steeds groter en mooier.

In de zomer vonden er grote verhuizingen plaats naar de buitenhuizen. Sommige eigenaren van de buitenhuizen waren heel rijk. Zij hadden alle spullen zoals meubels en servies dubbel. De meeste eigenaren lieten in het voorjaar de hele inboedel van Amsterdam naar buiten verplaatsen. In de herfst gingen alle spullen weer terug naar Amsterdam.

In de Gouden eeuw (18e eeuw) stonden langs de Amstel zestig buitenplaatsen. Van deze buitenplaatsen zijn er nog maar drie over: namelijk Wester-Amstel, Oostermeer, en Amstelrust.

Het gebouw Wester-Amstel stamt uit 1720 en is de oudste van de drie. Wester-Amstel heeft vele verschillende functies gehad, van boerderij tot herberg. In 1989 hebben de nabestaanden van de familie Lissone het buitenhuis in erfpacht gegeven aan Groengebied Amstelland. Groengebied Amstelland liet het pand volledig restaureren. In 1993 werd ook het park gerestaureerd. De originele structuur van paden, waterpartijen, lindelaan, boomgaard en schapenweide is weer duidelijk zichtbaar. Ook zijn sier- en nutstuinen weer aangelegd. Een romantische theekoepel siert het park aan de rivierzijde. In het achterhuis is een zaaltje, dat dienst doet als concertzaal en expositieruimte. De overige vertrekken in het huis zijn in gebruik als kantoorruimte en niet publiek toegankelijk.

Amstelland in de frontlinie

Amstelland ligt vlakbij Amsterdam, dit had niet alleen maar voordelen. In oorlogstijd werd Amstelland zwaar getroffen. Kogels vlogen over de dorpen en er werd geplunderd en brand gesticht. Het gebied rondom Amsterdam werd vaak als eerste aangevallen. Dit gebeurde zowel in het jaar 1672 door de Fransen. Maar ook rond 1787 was Amstelland het toneel van een hevige strijd tussen patriotten en Pruisische troepen.
In de kruitfabriek in Ouderkerk aan de Amstel werd het kruid vervaardigd waarmee Amsterdam moest worden verdedigd. Naast restanten van de kruitfabriek staan er langs de Amstel diverse kruidhuizen, waarin vroeger buskruit werd opgeslagen. Om ervoor te zorgen dat de vijand de opslagplaats niet kon vinden werd een boerderijachtige opslag gebouwd. Twee van deze kruithuizen staan langs de Binnenweg langs de Amstel. In de kruithuizen was kruit opgeslagen voor de verdediging van Amsterdam. Vanwege het ontploffingsgevaar werd kruit opgeslagen buiten de stad maar wel binnen de Stelling van Amsterdam. Langs de Amstel bij Nes vindt u ook nog twee kruithuizen.

Over Amstelgoed

Onder de rook van Amsterdam ligt een prachtige groene long puur Hollands natuurlandschap. Amstelgoed laat je zien wat het gebied te bieden heeft en nodigt je uit voor een bezoek!

Volg ons op

Facebook Instagram